|
 
Deze pagina bevat een verklarende woordenlijst met diverse begrippen die
te maken hebben met webhosting, Internet of computers in het algemeen.
Mist u bepaalde begrippen of is iets u niet geheel duidelijk, stuur dan
een e-mail naar info@easystep.nl.
Alias
Zie e-mail alias.
Active Server Pages
Active Server Pages zijn gewone webpagina's waar
behalve HTML ook scripts in
verweven zijn die door de webserver worden uitgevoerd
voordat de pagina naar de browser van een bezoeker
wordt gestuurd. De naam van zo'n webpagina eindigt meestal op '.asp'.
Met behulp van ASP worden pagina's dynamisch, omdat de inhoud pas wordt
bepaald op het moment dat hij wordt opgevraagd. ASP wordt vooral gebruikt
voor het werken met databases, en is een vorm
van server-side scripting.
ASP
Zie Active Server Pages.
Browser
Een browser is een programma waarmee webpagina's
kunnen worden bekeken. U zit deze pagina hoogstwaarschijnlijk ook in een
browser te bekijken. Enkele bekende browsers zijn Opera, Netscape Navigator
en Microsoft Internet Explorer.
CGI
Zie Common Gateway Interface.
Common Gateway Interface
Common Gatway Interface (CGI) is een standaard die een brug slaat tussen
webpagina's en programma's op een webserver.
Wanneer een bezoeker bijvoorbeeld een formulier invult op een webpagina,
wordt de ingevulde informatie via CGI doorgegeven aan een programma op
die webserver dat vervolgens iets met die informatie kan doen. Omdat CGI
een standaard is, is deze geschikt voor allerlei programmeertalen.
Voor CGI wordt echter het meest gebruik gemaakt van Perl.
Database
Een database is een electronische kaartenbak waar gegevens in opgeslagen
kunnen worden, zoals bijvoorbeeld een lijst met klanten of een productcatalogus.
Met behulp van scripts is het mogelijk om via webpagina's
databases te raadplegen.
Domeinnaam
Een domeinnaam is een naam waaronder een computer te vinden is op het
Internet. Domeinnamen worden gebruikt omdat IP-adressen
moeilijk te onthouden zijn. Het systeem achter het gebruik van domeinnamen
wordt DNS genoemd.
DNS
DNS staat voor Domain Name System, een systeem waarbij IP-adressen
aan domeinnamen gekoppeld worden. Dit maakt
het voor mensen makkelijker om bepaalde computers op het Internet te vinden,
omdat woorden voor ons makkelijker te onthouden zijn dan getallen. Het
is vergelijkbaar met een telefoonboek: wanneer de naam van een persoon
opgezocht wordt is daar achter het nummer te lezen waaronder die persoon
te bereiken is. Zulke 'telefoonlijsten' worden bijgehouden door DNS
servers.
DNS server
Een DNS server is een computer die 'DNS draait', wat
wil zeggen dat hij een lijst bijhoudt van domeinnamen
en bijbehorende IP-adressen. Dankzij DNS kunt u
bijvoorbeeld gewoon 'easystep.nl' in uw browser
intikken, in plaats van het veel lastiger te onthouden 217.199.175.21.
Wanneer u een Internet-verbinding configureert op uw computer moet u meestal
ook DNS servers opgeven, zodat uw computer deze lijst kan raadplegen als
u een domeinnaam intikt.
Downloaden
De term 'downloaden' wordt gebruikt wanneer er gegevens van een server
naar een 'gewone' computer worden verstuurd. Wanneer u bijvoorbeeld een
webpagina bekijkt, downloadt uw browser
de pagina en de afbeeldingen. Zodra dat gebeurd is worden ze weergegeven.
Ook als u m.b.v. FTP een document naar uw computer
kopieert wordt dit downloaden genoemd. Het tegenovergestelde van downloaden
is 'uploaden'.
E-mail adres
Een e-mail adres is een adres waar electronische post naar verstuurd kan
worden. E-mail adressen zijn opgebouwd uit drie onderdelen: de gebruikersnaam,
het apestaartje en de domeinnaam. Het apestaartje
wordt uitgesproken als 'at' (Engels), wat 'in' of 'bij' betekent. In tegenstelling
tot PTT Post kunnen mailservers niet improviseren
als een adres niet duidelijk is. Als er één karakter verkeerd
is in een e-mail adres wordt het bericht teruggestuurd of komt het zelfs
bij de verkeerde persoon aan.
E-mail alias
Een e-mail alias is een type e-mail adres dat
te vergelijken met de verhuisservice van PTT Post. Wanneer er een bericht
naar toe wordt gestuurd, stuurt de ontvangende mailserver
het weer door naar een ander e-mail adres. E-mail aliassen zijn bijvoorbeeld
handig om de e-mail die naar het domein van een bedrijf wordt gestuurd,
door te laten sturen naar een bestaand POP3-account
bij een provider. Op die manier wordt het gelijk opgehaald met alle andere
e-mail.
E-mail client
Een e-mail client is een programma om e-mail mee te verzenden en te ontvangen.
Meestal wordt e-mail opgehaald uit een POP3-account
en wordt het verstuurd via SMTP.
File Transfer Protocol
File Transfer Protocol (FTP) is een onderdeel van het TCP/IP
netwerkprotocol dat speciaal bedoeld is
om documenten over een netwerk van de ene computer naar de andere te kopiëren.
FTP wordt vooral gebruikt voor het kopiëren van websites
naar webservers, zodat ze gepubliceerd kunnen
worden. Een programma dat gebruik maakt van FTP wordt een FTP
Client genoemd.
FTP
Zie File Transfer Protocol.
FTP Client
Een FTP Client is een programma dat gebruik maakt van File
Transfer Protocol om websites naar webservers
te kopiëren.
Frontpage Extensies
Microsoft Frontpage is een programma voor het ontwerpen van webpagina's.
Door het gebruik van z.g. Frontpage Extensies op een webserver,
kan Frontpage ook gebruikt worden voor gemakkelijk beheer van een website.
Daarnaast voegen Frontpage Extensies extra functionaliteit toe.
HTML
Zie HyperText Markup Language.
Hyperlink
Een hyperlink is een verbinding naar een andere webpagina,
of naar een andere plek op dezelfde webpagina. Als tekst is een hyperlink
meestal herkenbaar om deze onderstreept is en een andere kleur heeft.
Maar een hyperlink kan ook een afbeelding zijn. Wanneer iemand op een
hyperlink klikt haalt de browser de pagina op waar
de link naar verwijst. Hyperlinks hebben aan de wieg gestaan van HTML.
HyperText Markup Language
HyperText Markup Language (HTML) is een verzameling codes waarmee webpagina's
worden vormgegeven. Dankzij HTML weet een browser
bijvoorbeeld in welk lettertype een tekst moet worden weergegeven, waar
een afbeelding moet staan en of tekst in kolommen moet worden weergegeven.
IP-adres
Elke computer die het netwerkprotocol TCP/IP
gebruikt heeft een uniek IP-adres. Zo'n IP-adres bestaat uit vier getallen
die gescheiden zijn door punten, zoals bijvoorbeeld 192.168.4.22. Een
IP-adres is te vergelijken met een telefoonnummer. Om te communiceren
met een andere computer wordt het IP-adres 'gebeld'. Omdat IP-adressen
voor mensen meestal moeilijk te onthouden zijn, worden ze gekoppeld aan
domeinnamen.
Mailserver
Een mailserver is een computer die geconfigureerd is voor het verzenden
en ontvangen van electronische post. Mailservers maken veelal gebruik
van POP3-accounts om de binnenkomende e-mail
van gebruikers in te bewaren, en SMTP om uitgaande
berichten te versturen naar andere mailservers.
Nameserver
Zie DNS server.
Netwerkprotocol
Een netwerkprotocol is een verzameling afspraken om communicatie tussen
computers mogelijk te maken. Daar horen bijvoorbeeld afspraken bij over
hoe computers elkaar kunnen vinden op en netwerk, en wanneer ze wel en
niet mogen zenden of ontvangen. Een netwerkprotocol is te vergelijken
met een taal: als twee computers dezelfde taal spreken kunnen ze met elkaar
communiceren, anders niet. Enkele veelgebruikte protocollen zijn TCP/IP
en IPX/SPX.
Perl
Perl is een programmeertaal die o.a. veel
gebruikt wordt voor CGI toepassingen. Perl is relatief
eenvoudig om te leren, maar toch bijzonder krachtig. Er kunnen allerlei
programma's mee worden geschreven.
PHP
PHP is een programmeertaal die volgens
het server-side scripting principe
werkt. Met PHP is het mogelijk om allerlei functionaliteit aan webpagina's
toe te voegen.
POP3-account
Een POP3-account is een e-mail adres waar een
'postvakje' achter zit. Wanneer iemand een bericht naar zo'n e-mail adres
stuurt wordt het bericht in een postvakje op de mailserver
opgeslagen totdat de geadresseerde e-mail ophaalt m.b.v. een e-mail
client. Om de e-mail in een POP3-account op te halen is een inlognaam
en wachtwoord nodig.
Programeertaal
Een programmeertaal is een taal die gebruikt wordt om een computer opdrachten
uit te laten voeren. Er zit veel verschil in programmeertalen. Sommigen
zijn makkelijk te leren, terwijl voor andere een wiskundeknobbel nodig
is. Vaak zijn talen voor specifieke doeleinden ontworpen, waardoor ze
voor andere toepassingen minder geschikt zijn. Voor webservers
wordt veelal gebruik gemaakt van ASP, Perl
en PHP.
Script
Een script is een lijst met opdrachten die door een computer na elkaar
worden uitgevoerd. Scripts kunnen in diverse programmeertalen geschreven
worden, maar voor aan het Internet gerelateerde toepassing worden meestal
ASP, Perl of PHP
gebruikt.
Server
Een server is een computer die speciaal geconfigureerd is om op een netwerk
diensten aan te bieden aan gebruikers of aan andere computers. Enkele
voorbeelden van servers zijn mailservers, webservers
en nameservers, maar er zijn nog veel meer mogelijke
toepassingen.
Server-side scripting
Server-side scripting is een technologie waarbij in webpagina's
scripts worden opgenomen, die door de webserver
worden uitgevoerd wanneer een pagina wordt opgevraagd. Het wordt 'server-side'
genoemd, omdat het de programmacode van het script aan de kant van de
server wordt afgehandeld. Het voordeel van deze
techniek is dat het geen specifieke eisen aan de browser
stelt waarmee de webpagina bekeken wordt.
Simple Mail Transfer Protocol
Simple Mail Transfer Protocol (SMTP) is een onderdeel van het TCP/IP
netwerkprotocol dat speciaal bedoeld is
om e-mail naar andere mailservers te sturen.
SMTP
Zie Simple Mail Transfer Protocol.
Spam
Spam is de verzamelnaam voor ongewenste e-mail. Zodra e-mail adressen
in de verkeerde handen vallen worden ze gebruikt worden om commerciële
berichten naar te versturen.
TCP/IP
TCP/IP staat voor Transmission Control Protocol/Internet Protocol, het
netwerkprotocol dat op het Internet wordt
gebruikt. Een computer die TCP/IP 'spreekt' beschikt heeft een IP-adres
waaronder hij voor alle andere computers op het netwerk te vinden is.
TCP/IP heeft als voornaamste kenmerken dat het enorme netwerken (zoals
het Internet) ondersteunt en dat het zelf alternatieve routes kan vinden
naar andere computers als er storingen zijn op het netwerk.
Uploaden
De term 'uploaden' wordt gebruikt wanneer er gegevens van een 'gewone'
computer naar een server worden verstuurd. Wanneer
u bijvoorbeeld m.b.v. FTP een webpagina
naar een webserver kopiëert wordt dit uploaden
genoemd. Het tegenovergestelde van uploaden is 'downloaden'.
Webserver
Een webserver is een computer die is geconfigureerd om webpagina's
te publiceren. Wanneer bezoekers via een browser
een webpagina opvragen, wordt het verzoek naar de webserver gestuurd.
De webserver zoekt de gevraagde documenten op en stuurt deze terug naar
de browser van de bezoeker.
Webpagina
Een webpagina is een document met tekst, afbeeldingen en/of animaties
welke bekeken kan worden met een browser. Een webpagina
is meestal opgemaakt in HTML. De pagina waar u nu
naar kijkt is bijvoorbeeld een webpagina.
Website
Een website is een verzameling webpagina's op het World
Wide Web die bij elkaar horen, zoals bijvoorbeeld de pagina's op deze
website. Een website is altijd onder een bepaalde domeinnaam
te vinden.
World Wide Web
De benaming World Wide Web wordt gebruikt voor de meest zichtbare toepassing
van het Internet: webpagina's. Het wordt een
web genoemd omdat veel van de pagina's op het Internet met elkaar verbonden
zijn via hyperlinks, net zoals de pagina's op
deze website bijvoorbeeld.
WWW
Zie World Wide Web.
|